Cultuur, traditie en historie

Bier is van alle tijden. Het eerste bier werd duizenden jaren geleden waarschijnlijk gebrouwen in Mesopotamië, het huidige Irak. Sinds de Batavieren op boomstammen de Rijn ons land binnenkwamen, wordt in Nederland bier gebrouwen en gedronken. Met de komst van koffie, thee, wijn en gedistilleerde drank werd bier minder populair, maar nog steeds is bier de meest gedronken alcoholhoudende drank in ons land.

Middeleeuwen

In de vroege Middeleeuwen was het brouwen van bier een huishoudelijke bezigheid, voorbehouden aan vrouwen. Om in hun levensonderhoud te voorzien, brouwden ook kloosterlingen (monniken en nonnen) verschillende bieren. In de tijd van Karel de Grote (rond 800) ontstonden grotere brouwerijen om de hoeveelheden bier te brouwen die nodig waren voor het hof of voor grotere huishoudens. Naast het thuis brouwen kwam ook het zogenaamde koopbrouwen door ambachtslieden in gebruik. Met de koopbrouwer was de commerciële brouwerij geboren.

Hop werd in die tijd nog niet gebruikt om bier zijn bekende bittere smaak te geven. Brouwers brachten het bier op smaak met allerlei kruiden, dat met gruit wordt aangeduid. De brouwers die gruit gebruikten, moesten aan de landsheren, op wiens grond het gruit geoogst werd, belasting betalen. Deze bijzondere belasting, het gruitrecht, is de voorloper van de accijns zoals we die nog steeds kennen.

De Middeleeuwer was een dorstig type. Met gemak dronk iedere man, vrouw of kind wel 300 liter bier per jaar. Het bier dat de Middeleeuwer dagelijks dronk lijkt overigens niet op het bier dat we nu drinken. Het bevatte maar heel weinig alcohol en smaakte waarschijnlijk vrij zuur. Men dronk bier als alternatief voor water dat toen gehaald werd uit sloten en grachten. Dit water bevatte veel bacteriën en leidde tot ziektes.

Het aantal brouwerijen steeg in deze tijd gestaag. Steden met meer dan 100 brouwerijen waren geen uitzondering. Bekende brouwsteden uit die tijd zijn Amersfoort, Delft, Haarlem en Gouda. De brouwers, die zich verenigden in gilden, waren vaak de machtigste kooplieden in de stad of de streek. Men beweert zelfs dat de overwinning op de Spanjaarden tijdens de Tachtigjarige Oorlog grotendeels met bieraccijnzen gefinancierd is.

De introductie van hop

In de talrijke kloosters en abdijen werd de kunst van het bierbrouwen steeds verder verfijnd. Waarschijnlijk ontstond ook daar het idee om gruit in bier te vervangen door hop. Bier met hop was smakelijker. Bovendien bederft het bier door hop minder snel. Voor commerciële brouwers gaf dit veel voordelen. Het werd nu bijvoorbeeld mogelijk om bier zonder kwaliteitsverlies te exporteren. Vanaf de vijftiende eeuw werd vrijwel uitsluitend nog maar hoppebier gebrouwen.

Gist en pasteuriseren

De grote en belangrijkste technologische ontwikkelingen in de brouwerijen kwamen pas na ongeveer 1800. Kennis van scheikunde en biologie ontwikkelden zich gestaag en werden de basis van de moderne brouwerij. Rond 1870 ontdekte de Fransman Louis Pasteur de werking van gist. Het boek dat hij hierover schreef heet ‘Etudes sur la bière’ (Studie naar bier). Pasteur ontdekte ook dat als men het bier voor het afvullen verhit tot 70-80 graden, diverse bacteriën en de gist sterven en daardoor geen schade aan de smaak van het bier kunnen aanrichten. Dit proces werd naar hem vernoemd: pasteuriseren.

Het ontstaan van pils

In Bohemen werd in die tijd een nieuw soort bier uitgevonden; een bier dat we nu kennen onder de naam pils. Om pils te kunnen brouwen moet het bij lage temperaturen vergisten en lageren. Dat kon in ons land pas effectief toen rond 1880 de koelmachine werd uitgevonden. Tot die tijd moest de brouwer in de winter staven ijs uit sloten, rivieren en meren hakken om het bier ook in de zomer koel te houden. Pils werd razend snel het meest gedronken biertype in Nederland. Zo zeer zelfs, dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw bijna alleen nog maar pils gebrouwen werd in Nederland. Bier en pils waren synoniem geworden.

Speciaalbier

Halverwege de jaren tachtig vond een nieuwe ontwikkeling plaats. Anders smakende bieren, de zogenaamde speciaalbieren uit België werden populair en het duurde niet lang voordat bestaande en nieuwe kleine brouwerijen ook in Nederland begonnen met het brouwen van speciaalbier. Soms worden oude recepten nieuw leven ingeblazen, vaak ook verzint een brouwer een creatief nieuw recept.

Consumptie

Ondanks de populariteit van pils blijkt de Nederlander minder dorstig dan de buren in Duitsland en België. Halverwege de jaren zestig lag de bierconsumptie op 40 liter per hoofd van de bevolking. Het begin van de jaren negentig laat een voorlopig hoogtepunt zien van 90 liter. In 2010 dronken we gemiddeld 72 liter bier per Nederlander per jaar.

No menu items were found.